|
|
|
|
|
|
| ZOMERBLOEMEN ALS GIDS | KOORDEN DIE ONS VERBINDEN | Contact | Recensie Een zinvol geheim | KAARTEN VAN COOR MULLER | Godinnen van de Heuvelrug | www.dorinehaveman.blogspot.nl OPBLOEIEN |
De jongen van 19 zit voor me in de stoel. Hij ziet er bleek en nerveus uit. Zijn jongere zus, die al vaker is geweest, heeft de ruimte net verlaten, om plaats te maken voor hem. Hij komt voor een sessie.
“ Je weet al hoe het gaat, he?” vraag ik. Hij knikt. Hij vertelt dat hij ook graag eens bij me wou komen omdat hij steeds denkt dat hij een ziekte heeft, wanneer hij anderen over een ernstige ziekte hoort vertellen. Hij zucht: “ Ik weet dat ik niks heb, hoor, maar misschien toch wel.”
Als ik zijn naam vraag, zie ik een gele zomerbloem: een kleine zonnebloem, met een bol bruin hart en hele lange gele bloemblaadjes die zo lang zijn dat ze tot op de grond reiken. Daardoor kan ik de steel niet zien. Onder de grond zijn de wortels niet sterk en de bloem staat alleen in een formele, statige tuin.
Als ik probeer bloemblaadjes op te tillen om naar de stengel te kijken, kom ik in een stille, wat schemerige ruimte. Ik moet er wat van hoesten.
“Kun jij de bloem ook zien?, vraag ik. Als hij knikt, vraag ik wat hem opvalt aan deze bloem.
“Die bloemblaadjes”, zegt hij “ ze zijn zo lang en zo slap. ”
“Stap eens in de bloem”, vraag ik, “dan kan je voelen wat er met de bloem is, en of die wat nodig heeft”
Wanneer hij in de bloem zit, kan ik dat duidelijk zien. Hij laat zijn hoofd wat scheef hangen en haalt nauwelijks merkbaar adem. Hij zegt dit gevoel aan de ene kant heel goed te kennen, maar dan niet zo duidelijk voelbaar als nu. Dan benoemt hij het gevoel als alleen zijn, maar niet werkelijk alleen: alsof hij onzichtbaar is. Als ik vraag of hij zich wel eens onzichtbaar voelt, begint hij te huilen. Hij vertelt over hoe het gezin waarvan hij deel uitmaakt getroffen is. Opa is vorig jaar gestorven en twee ooms al eerder, zijn zusje is een moeilijke puber en zijn tante maakt een voor de hele familie pijnlijke scheiding mee. Met hem gaat het goed, zegt hij.
Als ik vraag hoe hij dat vindt dat het goed gaat met hem, haalt hij zijn schouders op. Nou ja, zegt hij. Ik heb natuurlijk ook een probleem.
We keren terug naar de bloem. Ik vraag hem zich te concentreren op de bloemblaadjes. Hij voelt ze vooral bij zijn ogen, rond zijn achterhoofd en zijn oren. Ze zijn niet altijd zo lang en slap geweest, voelt hij. Ze zijn gegroeid om te kunnen uitreiken naar de omgeving. Vergeefs, helaas want alle andere planten en bloemen blijken te ver weg te staan. Hij kan ze niet raken.
Als ik vraag hoe het komt dat alles zo ver van elkaar is geplant, zegt hij dat dat het beleid is van de tuinman. Maar als ik vraag of de tuinman de gele bloem met opzet alleen heeft geplant, weet hij zeker dat dit een vergissing is. En dan gaat hij aan de slag en vertelt wat hij graag anders ziet en hoe hij de veranderingen aanbrengt.
Hij laat als bloem zaden los uit zijn hoofd: het bloemhoofd wordt lichter, de bloemblaadjes kleiner er sterker. Om hem heen ontstaat een bloemenveld. Niet alleen gele bloemen, maar ook rode klaprozen en korenbloemen en kleine madeliefjes. Er komen prachtige vlinders bij en bijen. De zon schijnt helder en er staat een zacht windje die de heerlijkste bloemengeuren meeneemt. Hij geniet.
Ik help hem het fijne gevoel te versterken en te verankeren in zijn lijf. Op dit gevoel en met de kracht van zijn bloem kan hij verder groeien. In het nagesprek zegt hij dat hij net als de bloemblaadjes met zijn hoofd anderen wilde raken, door zich in te denken hoe het is om ernstig ziek te zijn en dood te gaan. Hij voelde zich hierdoor onzichtbaar worden en juist meer alleen. Hoewel hij het juist deed om contact te maken.
Dit is een vereenvoudigd en anoniem gemaakt voorbeeld uit mijn praktijk. Het wijst op de magie van bloemen. Dat kunnen innerlijke beelden zijn van bloemen die iemand altijd in zich meedraagt, zijn of haar innerlijke tuin. Maar ook de bloemen buiten. De situatie van mijn cliënt zie ik in de parallelle wereld van een bloem, die zich in een sessie manifesteert.
Kijk deze zomer eens extra goed: heb je ooit mooiere kleuren gezien als die van een bloem? Heb je zelf wel eens de ‘geest ‘ van een bloem gevoeld? Soms word je getroffen door een bloem die je ziet. Let dan op! Deze bloem heeft je iets zeggen.
Vaak tonen bloemen wat je nodig hebt: wat je goed zou doen. Die eenzame teunisbloem bij de heg vertelt je misschien dat je er goed aan zou doen je terug te trekken en op een beschutte plek (thuis, in je tuin?) eens rustig een en ander te overdenken. Of een andere bezigheid te hebben voor je geest. (een goed boek?)
De zonnebloem vertelt je misschien over je verlangen eens wat meer op te vallen. De paardebloem vraagt je waar je bij hoort, of graag bij wil horen. Hij toont je de kracht van de groep. Bloemen die je voorkeur hebben dragen in zich jouw krachten en talenten. Houd je van viooltjes? Waarom? Dat zijn je sterke kanten. Hou je niet van Afrikaantjes? Waarom niet? Dat zijn kanten van jezelf waar je nog vrede mee sluiten kunt.
Heb je in een bepaalde periode extra kracht nodig? Extra vertrouwen, verzachting van verdriet? Stel aan de bloemenwereld de vraag welke bloem je helpen kan, en wees niet verbaasd als er dan werkelijk een innerlijk beeld van een bloem komt. Of dat je de bloem tegenkomt in de natuur.
Als bloemen een weg kunnen betekenen voor jou: zaai bloemen, plant bollen, snoei struiken en zorg voor veel licht, water en zon. Geef je bloemen liefde en aandacht. Kijk welke bloemen het goed doen bij jou in je tuin, en welke niet. Kijk dan ook eens of dit je iets vertelt over welke kwaliteiten bij jou gedijen en welke dat minder doen.
Werken met de bloemenwereld is een heerlijk en helend.
Dorine Haveman is energetisch therapeut en werkt met innerlijk bloemen in haar praktijk.
Zij geeft opleidingen in haar methodiek.
Zij schreef de boeken: Rooslezen, werken met beelden, Bres/Synthese, Den Haag 2003
En Bloemkarakters als afspiegeling van de persoonlijkheid, Ankh-Hermes, Deventer 2004
Contact: e-mail: dorinehaveman@planet.nl
www.dorinehaveman.nl
in: SFINX, tijdschrift voor persoonlijke en sociale vernieuwing, 2005, nr 2